Zoeken

dr. G.J.D. Aalders (1904-1991) PDF Afdrukken E-mailadres

 

GERHARD JEAN DANIËL AALDERS

door Guus van Hemert (Trouw 22 maart 1991)



Pas in 1986 heb ik hem leren ken nen. Hij was toen zijn 81ste al voorbij. Gerhard Jean Daniël Aalders. Zo staan zijn voornamen op de rouwannonce die ik deze maand ontving. Onverwachts. Pas nog hadden wij met elkaar gebeld.

Tot zijn pensioen was hij rector van het christeiijk lyceum in Arnhem. 'Een strikt en rechtvaardig mens', noemde de dichter Willem Barnard (Guillaume van der Graft) hem eens, in 'Hervormd Utrecht' (29 maart 1985) bij het bespreking van één van Aalders' publicaties en hij citeert dan een scholier: 'Er zijn rectoren die hun leerlingen in hun aktentas hebben zitten, er zijn er ook die ze in hun hart hebben'.

Zo was deze gereformeerde classicus. Strikt en veeleisend voor de kwaliteit van zijn school. Maar hij kende alle leerlingen bij name.

Op zijn begrafenis sprak ik even de jonge wijkverpleger die hem de laatste weken bezocht had. Dat talent voor de onverwisselbaarheid van ieder had Aalders tot het eind toe bewaard, merkte ik aan de vriendschap waarmee de jongeman over hem sprak.

Dat weet ik zelf ook van de paar keer per jaar dat ik hem en zijn vrouw bezocht. Met plezier denk ik terug aan de bescheidenheid waarmee hij je bezoek als belangrijk waardeerde. Tegelijk - en dat mocht hij door zijn leeftijd en tanende gezondheid - bepaalde hij zelf het einde. Gaf dan aan het afscheid toch zijn eigen trouwhartige, heldere warmte.

Hij verstond de kunst van het kiezen: wist hoeveel tijd hij wilde besteden en aan wat. Maar daarin was hij niet kleintjes: bij zijn dood zat hij nog in acht besturen, was bezig met zijn twintigste boek. En net deze maand kwam het bericht dat zijn negentiende gedrukt zou worden. 'Over het gebed', van Origenes, door hem vertaald en kort ingeleid.

Mijn contact met hem ontstond ook via de vroeg-christelijke auteurs. In 1985 had ik in deze rubriek met bewondering over Origenes geschreven, in 1986 over Chrysostomos. Het was de tijd waarin de vroeg-christelijke schrijvers in de publiciteit uitgeplozen werden op anti-joodse uitspraken, die buiten hun historische context in direct verband gebracht werden met de heidense holocaust van, Hitler.

‘Een opzichtig christelijk schuldbesef, ...luidkeels geadverteerd, even onkies ten aanzien van de joden als vroeger de poging om joden te bekeren", zo beschrijft Barnard het in bovengenoemd artikel.

De nauwkeurige classicus Aalders, had zich al eerder met die periode beziggehouden (o.a. door zijn boek 'Van huisgemeente tot wereldkerk') en leed onder de onhistorische en modieuze voorstelling van zaken. Als 80-jarige publiceerde hij toen zijn 'Synagoge, kerk en staat in de eerste vijf eeuwen'. Stuurde dit ook aan mij. ik besteedde er een 'Ongelinieerd' (4 oktober 1986) aan, maar het is beter nog eenmaal Barnard te citeren: ...Uiterst nuttig. Het is ook uiterst bescheiden modest, van toon. Het geeft vooral veel informatie. Alleen op de allerlaatste bladzijde laat de schrijver zich even gaan en krijgt zijn rustig docerende stem een trilling van emotie".

Die emotie is geen bezetenheid. Wel bevlogenheid. Zijn verdere publikaties gaan weer over andere dingen. Hij die enerzijds als 'strikt en rechtvaardig' gekenschetst werd, anderzijds als een 'liberale geest', werkte met warmte en nieuwsgierigheid verder. Centrum van zijn aandacht was zeker steeds Christus. Een boek over diens godheid speelde in zijn gedachten. Ondertussen vertaalde hij naar krachten. Het laatste dus 'Over het gebed van Origenes’.

Tot verdriet an zijn vrouw en velen heeft hij niet alles mogen voltooien. Het was prachtig weer op 14 maart toen hij begraven werd. De stoet in het bos kruiste het pad van drie kleurige, jonge hardlopers. Ze moesten stoppen. en stonden te hijgen. Een levende illustratie van de zojuist in de liturgie voorgelezen tekst, door hemzelf nog uitgezocht: Jesaja 40 vers 25 tot 31: ,Zelfs jongemannen worden moede en mat, maar wie de Heer verwachten, putten nieuwe kracht. Ja, varen op met vleugels als arenden.

Het geheim van de arbeidzaamheid van zijn oude dag verklapt hij in die tekst. En tegelijk, in één adem zijn hoop op de Verrezene.